Personeel

Goed werkgeverschap in een aantrekkelijke sector

Aandacht voor leerlingen begint bij aandacht voor medewerkers. Een positieve en veilige omgeving bevordert zowel werkplezier als onderwijskwaliteit. De invulling hiervan verschilt per school. Daarnaast wordt de onderwijsarbeidsmarkt beïnvloed door ontwikkelingen in demografie, conjunctuur en digitalisering.

Het voortgezet onderwijs heeft te maken met aanhoudende personeelstekorten, vooral in vakken als Nederlands, informatica en wiskunde. De omvang van het personeelstekort verschilt sterk per regio en ook binnen regio’s zijn grote verschillen, bijvoorbeeld doordat de ene school te maken heeft met leerlingendaling en de andere juist groeit. Het omgaan met deze ontwikkelingen vraagt om goed strategisch personeelsbeleid op instellingsniveau, samenwerking op regionaal niveau, goede begeleiding van startende leraren, het aantrekkelijk maken van het vak van docent, en manieren om het werk anders te organiseren. Dit hoofdstuk geeft inzicht in deze ontwikkelingen.

Wie werken er in het voortgezet onderwijs?

In het voortgezet onderwijs werken bijna 114 duizend mensen (bijna 89 duizend fte). Het grootste deel daarvan is leraar: bijna 70% van het personeel. Het direct onderwijsondersteunend personeel bedraagt ruim 16% van het personeel, indirect ondersteunend ruim 12% en bijna 3% is directie en management.

Docenten zijn aan het overleggen

Het totaal aantal fte is ten opzichte van vier jaar geleden met circa 6,5% gestegen. Die groei is toe te schrijven aan de toename van onderwijsondersteunend personeel, zowel direct (zoals onderwijsassistenten) als indirect (zoals administratief of ICT-personeel). De afgelopen vier jaar steeg het aantal fte in ondersteunende functies met ruim 15% (3.100 fte). Het aantal leraren nam juist af met bijna 2% (ruim 1.100 fte). Dit wijst erop dat scholen naar manieren zoeken om met personeelstekorten om te gaan, door het onderwijs anders in te richten en ook bijvoorbeeld onderwijsassistenten in te zetten voor taken waarvoor geen bevoegdheid nodig is. Het aantal fte directie en management is in de afgelopen vier jaar gedaald, met bijna 8% (ruim 200 fte).

Het personeelsbestand verjongt met name bij het onderwijsondersteunend personeel en in mindere mate bij docenten. Er is ruim 4.600 fte bijgekomen in de leeftijdscategorie van 25 tot 45 jaar. Ook de groep jonger dan 25 jaar groeit door, tot circa 3.900 fte. Deze trend naar verjonging doet zich vooral voor bij het onderwijsondersteunend personeel en in mindere mate bij docenten. Het aantal medewerkers van 55 tot 65 jaar nam juist af met circa 2.500 fte, van 23.000 in 2020 naar ruim 20.500 in 2024. Door de verhoogde pensioenleeftijd blijven 65-plussers langer werken. Hierdoor stijgt het aantal fte in deze categorie naar bijna 2.800 fte in 2024.

Betrekkingsomvang

In het voortgezet onderwijs blijft de gemiddelde betrekkingsomvang al jaren stabiel. Docenten werken gemiddeld 0,79 fte, onderwijsondersteunend personeel 0,76 fte. Daarmee is het merendeel van het vo-personeel voltijd of nagenoeg voltijd in dienst: in 2024 werkte ruim 62% van de medewerkers meer dan 0,8 fte.

Het aandeel kleine contracten (0,5 fte of minder) is de afgelopen jaren gedaald en bedroeg in 2024 8,6%. Het aandeel medewerkers met een betrekkingsomvang tussen 0,5 en 0,8 fte ligt op ruim 29%. In de cao vo is vastgelegd dat startende docenten minimaal een aanstelling van 0,5 fte krijgen, tenzij zij dit zelf niet willen of er zwaarwegende redenen zijn. Schoolbesturen zetten zich al langere tijd in om het aantal kleinere contracten te beperken.

Vaste en tijdelijke aanstellingen

Het aandeel vaste aanstellingen (in fte) steeg in 2024 naar ruim 81%. Bij onderwijzend personeel steeg het aandeel vaste aanstellingen met twee procentpunten, bij indirect ondersteunend personeel met een procentpunt en bij direct ondersteunend personeel en bestuur, directie en management met bijna drie procentpunten.

De eerdere daling in vaste aanstellingen hing grotendeels samen met tijdelijke subsidies. Zo werden er veel nieuwe medewerkers aangenomen vanuit NPO-gelden. Dit waren met name mensen in ondersteunende functies, die met een tijdelijk contract startten. Ook vervanging van oudere, vaak vaste medewerkers door nieuwe medewerkers met tijdelijke contracten speelde  een rol bij de daling. Veel tijdelijke contracten zijn beëindigd of omgezet in vaste aanstellingen.

Overhead in het voortgezet onderwijs

In 2024 kwam het overheadpercentage van het personeel in loondienst (dus zonder inhuur en uitbesteed werk) in het voortgezet onderwijs uit op 15,1%. Dit percentage betreft:

1,6% schoolleiders, dit komt neer op gemiddeld één fte per school;

12,3% overige ondersteuning op schoolniveau, zoals medewerkers voor de leerlingadministratie, conciërges of ICT-coördinatoren;

1,2% bovenschoolse functies, bijvoorbeeld een kwaliteits- of financieel medewerker op een bestuurskantoor.

In de afgelopen vijf jaar is het aandeel overhead gestegen van 13,7% naar 15,2%. De grootste stijging vond plaats bij de categorie overige ondersteuning op schoolniveau, van 11,1% naar 12,3%. Het aandeel schoolleiders daalde licht (van 1,9% naar 1,6%) en het aandeel bovenschoolse overhead nam toe van 0,7% naar 1,2%.

Indirect onderwijsondersteunend personeel wordt onder andere ingezet om docenten te ontzorgen en de randvoorwaarden voor goed onderwijs te verbeteren. Ook veranderende regelgeving, bijvoorbeeld rond privacy en ICT-beveiliging en veranderende bekostiging, waardoor de verantwoordingslast is gestegen, kan een oorzaak zijn van de toename van indirect ondersteunende personeel.

Overhead berekend op basis van het aantal fulltime-equivalenten (fte) dat werkzaam is in indirect ondersteunende en managementfuncties.

Personeelstekort in het voortgezet onderwijs: huidige situatie en prognoses

Het voortgezet onderwijs heeft al jaren te maken met aanzienlijke personeelstekorten. Landelijk gezien was er in 2024 een lerarentekort van ongeveer 3.800 fte (Centerdata, december 2024). Het tekort zit vooral bij leraren in reguliere posities (ruim 80%) en minder in tijdelijke vervangingen. Bijna een derde van de tekorten (31%) betreft openstaande vacatures. In bijna zeven op de tien gevallen wordt een openstaande positie opgevuld zonder vacature, waardoor het tekort formeel niet zichtbaar is. Dit worden ‘verborgen tekorten’ genoemd.

Uitgedrukt als percentage van de werkgelegenheid was het tekort in 2024 5,1%. Een jaar eerder was dit nog 5,8%. Echter, de nieuwste arbeidsmarktramingen laten zien dat het tekort vanaf 2025 weer zal toenemen. Vooral bij docenten en schoolleiders is de verwachting dat het reguliere tekort verder zal oplopen, van ruim 2.000 fte in 2024 naar ruim 3.500 fte in 2034.

Hoogste tekorten bij internationale schakelklassen

Internationale schakelklassen (ISK) hebben het hoogste tekort, met 8,0% van de formatie. Bij het praktijkonderwijs (PrO) is het tekort 6,9%, en bij vmbo, havo en vwo-scholen 4,8%.

Verschillen in tekort per vak

Er zijn grote verschillen in het lerarentekort tussen de vakken. In absolute zin (totaal aantal tekort in fte) zijn de problemen het grootst bij de vakken Nederlands, Wiskunde en Engels. In relatieve zin (het tekort als percentage van de werkgelegenheid) zijn de tekorten bij de bètavakken en Nederlands het hoogst. 

Flinke regionale verschillen

Regionaal lopen de tekorten sterk uiteen. De hoogste tekorten zijn gemeten in de arbeidsmarktregio’s Flevoland (12,4%) en Midden-Holland (12,0%). De laagste tekorten zijn gemeten in Rijk van Nijmegen (1,5%) en Midden-Gelderland (1,5%).

Regionale verschillen op de arbeidsmarkt worden niet alleen veroorzaakt door verschil in aanbod van personeel. In de noordelijke en oostelijke regio’s van Nederland is er lokaal sprake van een daling van het aantal leerlingen in dunbevolkte gebieden. In de grote steden hangen de tekorten samen met bevolkingsgroei en grootstedelijke problematiek. Niet alleen tussen regio’s maar ook binnen steden zijn er grote verschillen in het tekort aan leraren.

Het tekort aan schoolleiders is in 2024 met 106 fte (3,5%) lager dan in 2023 (4,3%). Ook hier betreft het grotendeels verborgen tekorten die met tijdelijke krachten worden ingevuld.

Vakken en bevoegdheden

Veruit de meeste lessen worden gegeven door leraren met een bevoegdheid in het betreffende vak, namelijk circa 86%. Ongeveer 10% van de lessen wordt door benoembare leraren verzorgd en 4,4% door on(der)bevoegden. Dit zijn meestal leraren in opleiding of leraren die (nog) niet de bevoegdheid hebben voor het vak of (nog) geen eerstegraads bevoegdheid hebben. In het vmbo ligt het aandeel on(der)bevoegd gegeven lessen met 6,6% hoger dan op de havo (2,8%) en het vwo (2,1%). Dit komt gedeeltelijk doordat er voor een aantal vakken op het vmbo geen bevoegdheid bestaat.

Zijinstroom in beroep

Eén van de manieren om personeelstekorten aan te pakken, is het inzetten op zijinstroom. In 2024 zijn er 618 zijinstromers in beroep gestart in het vo, een stijging ten opzichte van het jaar ervoor (551). De meeste zijinstromers volgen een traject via een schoolbestuur en starten direct in het beroep, terwijl ze tegelijkertijd hun bevoegdheid behalen. Zijinstroom vraagt om goede begeleiding op de werkplek én een nauwe samenwerking tussen opleiding en schoolorganisatie. [bron: Financiële beslissingen 2024 – Onderwijs algemeen – DUO Open Onderwijsdata]

Samenwerken in de regio

Omdat er verschillen zijn tussen regio’s in arbeidsmarkt en demografische ontwikkelingen is voor het aanpakken van tekorten regionale samenwerking nodig. De VO-raad werkt samen met schoolorganisaties en lerarenopleidingen aan een aanpak die inspeelt op de specifieke omstandigheden van de regio.

In deze onderwijsregio’s werken scholen, opleiders en onderwijsprofessionals samen om te zorgen voor voldoende leraren, schoolleiders en onderwijsondersteunend personeel. Per 1 januari 2025 zijn er in het voortgezet onderwijs 28 onderwijsregio’s actief. Van de 275 schoolorganisaties in het VO nemen er 272 deel, samen hebben zij 99% van de leerlingen en vestigingen.

Leerlingen in het voortgezet onderwijs. Wachtend in de kantine

Bedrijfsvoering

Schoolgebouw gevuld met leerlingen

Scholen en schoolbesturen

Leerling zichtbaar vanaf de rug wachtend voor de school

Leerlingen en onderwijs