Leerlingen en onderwijs

Verhouding schooladviezen en definitieve adviezen

Steeds meer leerlingen krijgen een meervoudig advies voor het voortgezet onderwijs, zoals vmbo basis/kader of havo/vwo. Dit type advies houdt er rekening mee dat op twaalfjarige leeftijd vaak nog niet duidelijk is welke onderwijsrichting het beste bij een leerling past. Van de leerlingen die in het schooljaar 2024-2025 in het vo startten, kreeg ruim vier op de tien een meervoudig advies. Dat is een duidelijke stijging ten opzichte van eerdere jaren.

De stijging komt deels door de (in principe) verplichte bijstelling in het po: uit de doorstroomtoets komt altijd een meervoudig advies (m.u.v. vwo) en bij een hogere score op de doorstroomtoets dan het voorlopige schooladvies, wordt het schooladvies in principe bijgesteld. Daarnaast stijgt ook het aantal meervoudige schooladviezen, wat er op kan wijzen dat leerlingen vaker een ‘kansrijk’ (want: breder) advies in het po krijgen.

Instroom in het praktijkonderwijs (PrO)

Het totaal aantal leerlingen dat instroomt in het praktijkonderwijs is gestegen. Deze stijging komt voort uit het aandeel leerlingen dat instroomt vanuit het vo. Dit zijn vooral leerlingen uit het eerste en tweede leerjaar van vmbo basis. Het aantal leerlingen dat vanuit het primair onderwijs instroomt in het PrO is juist gedaald.

Ook het aandeel nieuwkomersleerlingen (die korter dan twee jaar in Nederland zijn) dat instroomt in het praktijkonderwijs is de afgelopen twee schooljaren toegenomen. Tot schooljaar 2021-2022 betrof circa 2,3% van de PrO-instroom nieuwkomers, in schooljaar 2024-2025 was dit 3,7%.

Anticiperen op schommelende leerlingaantallen

Schoolloopbanen

Na de eerste twee jaar in het vo zitten de meeste leerlingen op de onderwijsrichting waarin ze examen gaan doen. Dan wordt er ook gekeken in welke onderwijsrichting leerlingen zitten ten opzichte van het schooladvies waarmee ze het vo binnenkwamen.

Bijna driekwart van de leerlingen met een enkelvoudig schooladvies volgt in het derde leerjaar onderwijs in de onderwijsrichting van advies (72%); een op de zeven (14%) zit boven en een op de zeven (14%) zit onder advies. Van de leerlingen met een meervoudig advies zit negen op de tien in het derde leerjaar op het laagste (45%) of op het hoogste (46%) van het meervoudige advies. Een klein deel van de leerlingen met een meervoudig advies zit in het derde leerjaar boven (3%) of onder (6%) het advies.

Leerlingen met adviezen voor vmbo basis/kader of vmbo kader/gt zitten in leerjaar drie vaker op het hoogste advies dan leerlingen met vmbo gt/havo-advies.

De VO-raad komt in 2026 met de eerste analyses van de effecten van de doorstroomtoets op het vo.

Meer leerlingen die een jaar overdoen bij vmbo, minder bij havo en vwo

Zorgen over welbevinden jongeren

Het welbevinden van jongeren daalt, blijkt uit de cijfers van de Monitor Sociale Veiligheid. In 2021-2022 gingen leerlingen voor het eerst sinds corona weer volledig naar school. In alle onderwijsrichtingen gold in dat jaar dat de gemiddelde score voor welbevinden boven de 7 lag. Dit is de afgelopen jaren licht gedaald; de gemiddelde scores per onderwijsrichting liggen nu tussen de 6,7 en de 7,6. De scores per onderwijsrichting kunnen niet met elkaar vergeleken worden: doordat het aantal leerjaren per onderwijsrichting verschilt en leerlingen in leerjaar 1 én in het examenjaar gemiddeld hogere scores geven dan de leerlingen in andere leerjaren.

Tot het eind van het schooljaar 2024–2025 kunnen scholen nog gebruik maken van de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. Deze middelen kunnen worden ingezet voor onder meer het verbeteren van het welzijn van leerlingen.  

N.B. deze passage en grafieken komen uit de Sectorrapportage van vorig jaar. In de loop van het schooljaar wordt de informatie geactualiseerd.

Ervaren sociale en fysieke veiligheid

 Naast een afname in welbevinden onder leerlingen, daalt ook de ervaren sociale en fysieke veiligheid. Leerlingen beoordeelden in 2023-2024 hun sociale en fysieke veiligheid met een 6,7, terwijl dit in 2021-2022 nog een 7,0 was. Ook hier geldt dat de scores wat hoger liggen bij de onderbouwleerlingen (brj en vmbo) dan in de richtingen met (ook) bovenbouwleerlingen. 

Nieuwkomersleerlingen

Nieuwkomersleerlingen zijn leerlingen die nog maar kort in Nederland zijn en de Nederlandse taal mogelijk nog niet spreken. Dit zijn bijvoorbeeld kinderen van arbeidsmigranten, expats, asielzoekers of statushouders. In het voortgezet onderwijs komen nieuwkomersleerlingen eerst in een Internationale Schakelklas (ISK), waar zij (taal)ondersteuning krijgen om te kunnen instromen in het reguliere onderwijs. Voor deze leerlingen is twee jaar aanvullende bekostiging beschikbaar. Daarna stromen zij meestal door naar het voortgezet onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs (MBO).

Tussen 2021 en 2024 is het aantal bekostigde nieuwkomersleerlingen in het vo gegroeid van ruim 8.300 naar een piek van bijna 25.000 in januari 2024. Dit komt voor een groot deel door de oorlog in Oekraïne. In 2024 daalde het aantal nieuwkomers in tien maanden tijd naar circa 19,5 duizend. Sindsdien is het aantal stabiel. Reguliere vo-scholen hebben nu, bijna twee jaar later, te maken met een flink hogere instroom van leerlingen vanuit de ISK’s. Deze leerlingen hebben doorgaans nog wel extra taalondersteuning nodig, maar de scholen ontvangen hier geen extra bekostiging voor.

N.B.: bovenstaande cijfers zijn de voorlopige aantallen leerlingen met nieuwkomersbekostiging vo.

Het betreft hier cijfers voor leerlingen die korter dan twee jaar in Nederland zijn, een niet-Nederlandse nationaliteit hebben en waarvoor (aanvullende) bekostiging kan worden verkregen. Op ISK’s zitten ook leerlingen die langer dan twee jaar in Nederland zijn, of leerlingen die wel de Nederlandse nationaliteit hebben, maar de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig zijn. Het werkelijke aantal leerlingen ligt daarom hoger dan het aantal nieuwkomers waarvoor bekostiging wordt ontvangen.

Per 1 januari 2026 wordt de bekostiging aangepast: de inschrijfdatum op school wordt dan leidend, in plaats van de datum van binnenkomst in Nederland. Hierdoor sluit de bekostiging beter aan bij de periode dat een leerling ook echt naar school gaat. Doordat met name nieuwkomersleerlingen in de noodopvang regelmatig verhuizen en het even duurt voordat zij op een andere school terecht kunnen, zou het nog beter zijn als de bekostiging meeloopt met de daadwerkelijk benutte onderwijstijd.

Leerlingen in het voortgezet onderwijs. Wachtend in de kantine

Bedrijfsvoering

Schoolgebouw gevuld met leerlingen

Scholen en schoolbesturen

Docenten zijn aan het overleggen

Personeel