Scholen en schoolbesturen

Schoolbesturen spelen een centrale rol in het verbeteren van onderwijs, de professionalisering van hun teams, en het bevorderen van kansengelijkheid en innovatie. Bovendien moeten zij zorgen voor strategisch personeelsbeleid, een degelijk financieel meerjarenbeleid en goede huisvesting. In een tijd van groeiende uitdagingen, zoals personeelstekorten, dalende lees- en rekenvaardigheden en behoefte aan verdere scholing in digitalisering, vraagt dit om een duidelijke visie en nauwe samenwerking met partners in de regio.

Het aantal schoolbesturen in het voortgezet onderwijs is de afgelopen jaren gedaald. In 2020-2021 waren er 322 schoolbesturen en in 2024-2025 nog 278. Tegelijkertijd is het aantal vestigingen gestegen van 1440 naar 1456. Hierdoor neemt het gemiddelde aantal vestigingen per bestuur toe. Ongeveer één op de drie besturen heeft slechts één vestiging. Dit aandeel in vrijwel gelijk aan vier jaar geleden. Het aandeel besturen met twee tot en met vijf vestigingen is gedaald van 42% naar 37%. Het aandeel besturen met meer dan tien vestigingen nam in dezelfde periode toe van 7% naar 13%.

Omvang schoolbesturen naar aantal leerlingen

Ook het gemiddeld aantal leerlingen per bestuur stijgt. Er zijn minder besturen met minder dan 2.000 leerlingen en meer besturen met meer dan 5.000 leerlingen dan vijf jaar geleden. Het aandeel besturen met minder dan 2.000 leerlingen daalde van 52% naar 50%, terwijl het aandeel met meer dan 5.000 leerlingen groeide van 11% in schooljaar 2020-2021 naar 17% in 2024-2025.

Leerlingen, vestigingen en schoolbesturen

Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs daalde van 934.245 (1 oktober 2020) naar 929.689 (2024-2025). Tegelijk nam het aantal vestigingen juist iets toe (van 1.440 naar 1.456). Daardoor daalde het gemiddeld aantal leerlingen per vestiging van 649 naar 639. Schoolbesturen hebben gemiddeld meer vestigingen en leerlingen dan voorheen, maar dit leidt dus niet tot grotere scholen.

Besturen met slechts één vestiging hebben gemiddeld de meeste leerlingen per schoollocatie (>800), terwijl grotere besturen vaker (ook) kleinere vestigingen (<500 leerlingen) hebben.

Aanbod heterogene brugklassen

Steeds meer scholen in het voortgezet onderwijs bieden heterogene brugklassen, waarbij twee of meer schooltypen of leerwegen worden gecombineerd. Ruim een kwart van de schoolvestigingen heeft alleen heterogene brugklassen (stijging van 27% in 2020-2021 naar 28% in 2024-2025). Bijna de helft (46%) van de vestigingen biedt in leerjaar één zowel heterogene als homogene brugklassen aan in schooljaar 2024-2025, tegenover 44% in 2020–2021. Het aandeel met uitsluitend homogene brugklassen daalde in deze periode van 29% naar 26%. Heterogene brugklassen zijn een manier om de definitieve selectie van leerlingen uit te stellen: leerlingen hebben zo meer tijd om te ontdekken welke route voor hen het meest passend is. 

Ook in leerjaar twee is deze beweging zichtbaar. Het aandeel scholen met alleen heterogene klassen in leerjaar twee is daar gestegen van 19% naar 21%. Het aandeel scholen met zowel homogene als heterogene klassen is gegroeid van 34% in 2020-2021 naar 36% in 2024-2025. En het aandeel vestigingen dat alleen homogene brugklassen aanbiedt, daalde van 48% naar 44%.

Eerder ontwikkelde de VO-raad de Themarapportage ‘Brede scholen’. Brede scholengemeenschappen – scholen waar meerdere onderwijssoorten onder één dak worden aangeboden – bieden de fysieke randvoorwaarde om (vormen van) latere definitieve selectie te kunnen realiseren. Het is eenvoudiger wisselen van onderwijsrichting, wanneer verschillende richtingen op dezelfde school aanwezig zijn.

Collegiale bestuurlijke visitatie

Met de Collegiale Bestuurlijke visitaties (CBV) biedt de VO-raad een organisatiegericht traject dat in verband staat met de ontwikkeling van de accreditatiesystematiek voor bestuurders. Sinds 2015 hebben er 128 visitaties plaatsgevonden. Op 3 oktober 2025 is de eerste groep in de nieuwe vorm gestart met 7 deelnemende besturen. Elk schooljaar starten er twee tranches met een vergelijkbaar aantal deelnemende besturen.

Accreditatie

Sinds 25 juni 2025 is accreditatie met de vernieuwde Governancecode Funderend Onderwijs een onderdeel van professioneel bestuur in het voortgezet onderwijs. Bestuurders laten zich voortaan eens per vijf jaar accrediteren: een waardevolle stap die bijdraagt aan het versterken van de kwaliteit én het vertrouwen in onderwijsbestuur. De accreditatie onderstreept de inzet van bestuurders voor hun eigen ontwikkeling én die van de organisatie. Het stimuleert lerend leiderschap, bevestigt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goed en integer bestuur en versterkt het maatschappelijke vertrouwen in de sector.

Op 1 oktober 2025 zijn er 20 accreditaties verleend: 9 voor po, 7 voor vo en 4 voor po/vo.

Inzicht in ICT met de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025

In het voorjaar van 2025 is de Monitor Digitalisering Onderwijs voor het eerst uitgevoerd. De monitor geeft scholen en schoolorganisaties inzicht in de stand van zaken rond digitalisering. Thema’s zijn onder meer informatiebeveiliging en privacy (IBP), digitale geletterdheid, ICT-bekwaamheid en innovatie. De Monitor Digitalisering Onderwijs is een initiatief van de PO-Raad, VO-raad en Kennisnet en heeft als doel scholen en besturen te ondersteunen bij evidence-informed werken.

De monitor werd tussen 10 maart en 14 april 2025 afgenomen onder bestuurders, schoolleiders, ICT-coördinatoren, beleidsadviseurs ICT en leraren van schoolorganisaties en de onderliggende school of scholen. Er zijn ruim 5000 afgeronde vragenlijsten, verspreid over 281 van de 1035 aangeschreven schoolorganisaties.

De spreiding van de deelname laat zien dat de monitor representatief is voor alle sectoren, regio’s en schooltypen. Wel deden relatief meer grotere schoolorganisaties mee dan kleinere of éénpitters.

De landelijke rapportage van de Monitor Digitalisering Onderwijs is medio november 2025 gepubliceerd in samenwerking tussen PO-Raad, VO-raad en Kennisnet.

Visie, beleid en middelen

Bijna zes op de tien besturen (59%) hebben een visie opgesteld over het effectief en verantwoord inzetten van ICT in het onderwijs. Op schoolniveau is ICT opgenomen in de visie bij bijna zeven op de tien scholen (68,8%). Ruim de helft van de besturen (53%) en vier op de tien scholen (42%) hebben ICT ook geïntegreerd in het strategisch meerjarenbeleid.

Bijna negen op de tien besturen (89%) en ruim acht op de tien scholen (84%) beschikken over een apart ICT-budget. Toch verwacht tweederde van de scholen en besturen dat dit budget over twee jaar niet meer toereikend zal zijn. Momenteel vindt 58% van de besturen en 46% van de scholen het budget toereikend, maar slechts 29% van de besturen en 25% van de scholen verwacht dat dit zo blijft.

Ook in personele capaciteit voorzien scholen knelpunten. Slechts 38% van de besturen en 55% van de scholen vindt dat er momenteel voldoende fte’s beschikbaar zijn om het ICT-beleid goed uit te voeren. Drie op de tien besturen (30%) en een derde van de scholen (35%) verwachten dat de capaciteit over twee jaar nog toereikend is.

Informatiebeveiliging en privacy

Informatiebeveiliging en privacy (IBP) is bij driekwart van de besturen (76%) opgenomen in de visie, tegenover vier op de tien scholen (40%). Een minderheid van de respondenten geeft aan dat structurele evaluatie en opvolging van het beleid nog ontbreken. De meeste besturen (84%) besteden aandacht aan bewustwording rond digitale risico’s, maar scholen rapporteren minder vaak over de naleving van IBP-afspraken met leveranciers.

Verschillen tussen bestuur en schoolpraktijk

(ICT-)professionals op scholen ervaren dat beleid en uitvoering niet altijd goed op elkaar aansluiten. Uit de monitorrapportage blijkt dat een visie op ICT en digitale geletterdheid vaak wel op papier staat, maar dat uitvoering, ondersteuning en professionalisering achterblijven. Ook vinden respondenten dat de aansluiting tussen beleid, praktijk en ondersteuning een belangrijk aandachtspunt is.

Overkoepelend beeld

De uitkomsten uit de Monitor Digitalisering laten zien dat het tekort aan ondersteuning, zowel financieel als in menskracht, een belangrijke belemmering vormt voor de verdere ontwikkeling van digitalisering in het onderwijs. Tegelijkertijd vragen professionalisering (inclusief de brug naar digitale geletterdheid) en een weldoordacht beleid rond digitalisering om meer aandacht en samenhang tussen de disciplines. De schaarste aan tijd, middelen en deskundigheid vraagt om samenwerking tussen schoolorganisaties op regionaal niveau. Door kennis en expertise te delen en gezamenlijke kaders te ontwikkelen, kunnen scholen en besturen digitalisering beter verankeren in beleid en praktijk. Denk hierbij aan afspraken rondom de inkoop van leermiddelen (zie ook: SIVON), het normenkader IBP en thema’s die veel inzet vragen en relatief nieuw zijn voor scholen en schoolorganisaties, zoals artificial intelligence en digitale geletterdheid.

Docenten zijn aan het overleggen

Personeel

Leerling zichtbaar vanaf de rug wachtend voor de school

Leerlingen en onderwijs

Leerlingen in het voortgezet onderwijs. Wachtend in de kantine

Bedrijfsvoering